RAL Design System plus — kleurtoon 220
Een spoor groen in blauw werkt als demper. Waar 230 en 240 een scherpe, uitgesproken koelte hebben, blijft 220 in toepassing vriendelijker: de kleur koelt een ruimte af zonder hard te worden. Dat verklaart waarom dit gebied zo hardnekkig terugkomt in zorg, onderwijs en laboratoria — precies wat de officiële naam van RAL Design 220 80 10, Clinical soft blue, al aangeeft.
De keerzijde is dat die groene rest lastig vast te houden is. In een kleurplan naast een echt groen vlak verliest een nuance uit 220 zijn blauwheid en kantelt hij optisch naar groengrijs. Naast rood of oranje gebeurt het omgekeerde en wordt hij blauwer dan de meting aangeeft. Simultaancontrast grijpt in dit deel van de cirkel harder aan dan in de warme kleurtonen, omdat het oog hier over minder vaste referenties beschikt.
Deze kleurtoon telt 51 nuances en loopt van L\* 20 tot L\* 90, met verzadiging van C\* 05 tot C\* 40. Het zwaartepunt ligt in het middenveld, rond L\* 40 tot 60: daar staan de nuances zowel op lage als op hoge verzadiging naast elkaar en kunt u binnen één kleurtoon werkelijk kiezen. Naar de uiteinden wordt het veld smal — op L\* 90 blijft alleen de laagste verzadiging over, RAL Design 220 90 05 Cold soft blue.
Alle 51 kleuren in deze groep
Meer over kleurtoon 220
De hoogste verzadiging vindt u niet aan de donkere kant maar in het lagere middengebied, bij RAL Design 220 40 40 Cyan blue. Dat is typisch voor blauw: het punt van maximale intensiteit ligt lager op de lichtheidsschaal dan bij geel of oranje, waar de verzadiging juist met de lichtheid meeloopt.
C\* 40 is voor blauw geen tekortkoming maar een grens van wat dekkend te maken is. De pigmenten die dit gebied bereiken — ftalocyaninen en de klassieke ijzerblauwen — zijn sterk van kleurkracht maar laag in lichtheid; wilt u intensiteit én lichtheid, dan moet er wit bij en zakt de verzadiging onmiddellijk. Van alle kleureigenschappen is het juist de verzadiging die bepaalt hoe levendig en opvallend een vlak oogt, dus dat plafond is in de praktijk merkbaar: een blauw uit deze kleurtoon wordt nooit zo schreeuwend als een rood of een geel, wat u er ook aan doet.
Met een lichtreflectiewaarde van 6,2 tot 77,9 bestrijkt deze kleurtoon vrijwel het volledige bereik dat in dekkende lak haalbaar is. Voor plafonds, wanden en grote gevelvlakken is dat de bruikbare kant van 220: de lichte, zwak verzadigde nuances halen genoeg licht terug om een ruimte niet te laten dichtslaan, terwijl ze de neutraliteit van een grijs missen en dus wél een richting geven.
Aan de donkere kant staat RAL Design 220 20 15 Artist blue, met een lichtreflectiewaarde van 6,2. Zulke waarden gedragen zich als zwart: op een buitenvlak in de zon loopt de oppervlaktetemperatuur ver op, met spanning in de ondergrond en versnelde veroudering van het bindmiddel als gevolg. Dat is bij donker blauw een reëler bezwaar dan de kleurechtheid van het pigment zelf.
Blauw verschuift onder kunstlicht minder dan groen, maar de groene rest in deze kleurtoon is er wel gevoelig voor: onder warm licht valt hij weg en leest de kleur als gewoon blauw. Beoordeel daarom onder het licht van de eindsituatie en leg voor goedkeuring de A4-kleurstalen als kleurstandaard naast het werk, niet een waaierstaal.
Technische gegevens
Kleurtoon: 220 · Nuances: 51 · Lichtheid: L\* 20–90 · Verzadiging: C\* 05–40 · Lab-waarden: per nuance op de kleurpagina · LRV: 6,2 tot 77,9 · Opgenomen in: RAL D4 A4-kleurstalen (kleurstandaard), RAL D2 waaier, RAL D3 kleurenboek, RAL D4 atlas, RAL D6 en D8 boxen
Aangrenzende kleurtonen
RAL Design 210, RAL Design 230
Klik op een kleur voor de beschikbare formaten, of bekijk het complete productaanbod in de shop.
